24 november 2010ToerismeFlitsende actieshots van je eigen sporthelden in de dop. Dat gaat lukken. Mits je de volgende do's en don'ts in de gaten houdt.

Een actieonderwerp als dit vraagt om een snelle, precieze scherpstelling die raad weet met onderwerpen die zich snel verplaatsen. Die kan alleen een moderne reflexcamera met een geavanceerd scherpstelsysteem je leveren. Daarmee heb je ook de hoogste beeldkwaliteit. Zelfs bij minder goed weer kun je nog goede actieshots schieten.
In de actiestand zorgt je camera automatisch voor de korte sluitertijd die nodig is om snelle acties te bevriezen. Je kunt daarbij meteen de stand voor serie-opnamen kiezen: de camera blijft fotograferen zolang je de ontspanknop ingedrukt houdt.
Denk niet dat ingedrukt houden van de ontspanknop automatisch een serie oplevert waar een of meer goede opnamen tussen zitten. Je kunt dat wel gebruiken als je kleine sportheld met een langere actie bezig is, die je als serie in beeld wilt brengen. Maar verder is het beter zelf heel goed te kijken en telkens op het juiste moment af te drukken.
Bij veldsporten varieert de afstand nogal, en is een flinke zoom, bijvoorbeeld een 55-300 mm, erg handig. Die kun je ook gebruiken om close-ups te schieten als de spelers dichtbij zijn. Heb je minder zoommogelijkheden, wacht dan je kansen af tot de actie dichtbij is. Over het algemeen geldt dat sterker ingezoomde foto's meer impact hebben, vooral als je gezichtsuitdrukkingen goed kunt zien. Actieshots van achteren opgenomen zijn bijna altijd minder interessant.
Een korte sluitertijd bevriest de actie, waardoor je alles scherp ziet. Een lange sluitertijd laat snelle actie in een waas zien. De actie- of sportstand van je camera streeft naar een zo kort mogelijke sluitertijd. Wil je met een langere sluitertijd werken, gebruik dan de S-stand van de camera en stel met de hand de sluitertijd in. Kies bijvoorbeeld 1/60 seconde. Hou de camera goed stil: je wilt alleen de beweging van het onderwerp laten zien. In de stand Guide (gids) helpt de Nikon D3100 je dit soort instellingen moeiteloos te gebruiken.
Bij circuitsporten (bijvoorbeeld schaatsen, atletiek) heb je de mogelijkheid vooraf een goede plek te kiezen en het juiste moment af te wachten. Hoe groter je onderwerp in beeld is, des te sneller zal het onderwerp zich binnen je beeld verplaatsen. En des te moeilijker is het om een goed scherpe foto te krijgen. Stel eventueel met de hand vooraf op een bepaald punt scherp en druk af als je sporter dat punt heeft bereikt.
Een onderwerp dat naar je toekomt werkt vrij statisch, maar je ziet wel de gezichtsuitdrukking. Volg je een actie van opzij, dan is de scherpstelling relatief makkelijk, want de afstand verandert niet of nauwelijks. Volg je het onderwerp met de camera, dan vervaagt de achtergrond en is alleen het onderwerp scherp. Dat geeft een dynamische indruk van snelheid.
Kies voor actiefoto's binnen een hoge ISO-waarde, bijv. ISO 1600 of 3200. Geeft het licht in de zaal een rare kleurzweem, probeer dan welke witbalansinstelling de correcte kleuren geeft.
Foto 1
Mooi actiemoment, perfect getimed en scherpgesteld. Zet de Nikon D3100 in de actiestand en hij regelt de techniek voor je.
Stel de actiestand in.
Een moment als dit vang je alleen door je onderwerp te volgen en op het juiste moment af te drukken.
Zet je de camera op continu en laat je hem aan een stuk door fotograferen, dan is de kans reëel dat je zo'n exact moment nét mist. Vertrouw dus liever op je eigen alertheid.
Actiefoto met een relatief lange sluitertijd (S-stand, 1/30 seconde). De camera volgde de jongen. Doordat die zelf ook flink bewoog, is hij elf ook bewogen op de foto gekomen, waardoor een dynamische totaalimpressie ontstaat.
Door met de camera het onderwerp tijdens de opname te volgen, kun je de achtergrond als een waas weergeven. De sluitertijd moet dan niet te kort zijn. Hier werd 1/60 seconde gebruikt (S-stand). Dit soort expert-instellingen zijn met de Nikon D3100 door iedereen makkelijk uit voeren, via de slimme hulpstand.