Van 27 mei t/m 21 juni organiseert de afdeling Archeologie van de gemeente Den Haag de tentoonstelling Archeologische vondsten uit de Gouden eeuw in Den Haag, waar schilderkunst uit de Gouden Eeuw en Archeologische vondsten te zien zijn. Behalve donderdag 30 mei Hemelvaartsdag, maandag 3 juni en maandag 10 juni Tweede Pinksterdag.

Op diverse genrestukken en stillevens uit de Gouden eeuw staan gebruiksvoorwerpen afgebeeld. Kostbare pronkstukken van edelmetaal of verguld glas die de welstand van de eigenaar moesten uitdrukken. Met deze voorwerpen werd voorzichtig omgegaan. Als ze niet beschadigd raakten werden ze doorgegeven aan de volgende generatie, of verkocht. We vinden deze voorwerpen terug in musea en in particuliere collecties en soms, maar dan veelal in beschadigde vorm in de bodem.

Maar op de schilderijen staan ook voorwerpen voor alledaags gebruik, van aardewerk, hout, leer en glas. Voorwerpen die elke dag werden gebruikt en daarbij versleten, braken en werden weggegooid. Kapotte artikelen van duurzame materialen zoals tinnen borden en kannen konden worden omgesmolten en vinden we daarom zelden. Tinnen lepels daarentegen werden nogal eens verloren in grachten.

Het is geen verrassing dat juist de voorwerpen van minder duurzame materialen werden weggegooid. De Haagse Archeologen vinden daar bij hun onderzoek een deel van terug. Net als de restanten van de maaltijden, de pitten van vruchten, vissenwervels, mossel- en oesterschelpen, en grote dierenbotten (vlees werd met bot verkocht). De afdeling Archeologie biedt met deze tentoonstelling aan de hand van werk van kunstenaars uit de Gouden Eeuw en archeologische vondsten een zicht op het verleden.

Gouden Eeuw
Met de Gouden eeuw bedoelen we de 17de eeuw (1600-1700). Een periode van welvaart, lange afstandshandel, maar ook van oorlog. De oorlog tegen de Spanjaarden werd pas in 1648 beëindigd en daarna volgde nog het rampjaar 1672. Den Haag was al vanaf het einde van de 16de eeuw een welvarende plaats. Het was dan wel geen handelscentrum, bezat geen belangrijke haven of industrie maar vormde sinds 1578 het bestuurlijke centrum van Holland. Den Haag werd de residentie van de Oranjes toen Maurits van Nassau zijn vader Willem van Oranje opvolgde als stadhouder van de gewesten Holland en Zeeland. Hij verhuisde naar Den Haag waar hij op het Binnenhof permanent zijn intrek nam. In zijn voetspoor volgden vele kapitaalkrachtigen.

Een belangrijk deel van de werkgelegenheid voor ambachtslieden en dienstpersoneel kwam van de elite van het Binnenhof en omgeving. In Den Haag werkten zelfs meer schilders per inwoner dan in Amsterdam. Beroemde schilders als Jan Steen, Jan van Goyen, Jan Lievens en Paulus Potter, maar ook minder bekende zoals Adriaen van der Venne, Adriaen Hanneman en Abraham van Beijeren woonden en werkten een tijd in Den Haag.

www.denhaag.nl/nl/in-de-stad/vrije-tijd-en-recreatie/kunst-en-cultuur/archeologie.htm