Kees Moeliker heeft al 25 schaamluizen binnen

Natuurhistorisch Museum Rotterdam |  deel via WhatsApp | Nieuws door

NMR: 'De Grote Schaamluis Tentoonstelling' voor jongeren een eye-opener

20 maart 2008 Rotterdam, Zuid-Holland De oproep van Kees Moeliker, conservator van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, om schaamluizen bij hem af te leveren, heeft gehoor gekregen. Bij het museum kwamen inmiddels 25 dode exemplaren binnen.

De conservator deed zijn oproep afgelopen najaar en heeft dus effect. Een groot deel van de dode schaamluizen (Phthirus pubis), parasieten die gezien worden als geslachtsziekte, zijn afkomstig van artsen die werken in klinieken en ziekenhuizen in Haarlem, Amersfoort, Utrecht, Den Haag en Amsterdam. Particulieren hebben zich vooralsnog niet gemeld, meldt het Natuurhistorisch Museum Rotterdam (NMR).  De schaamluizen, die volgens het museum steeds zeldzamer worden, zijn toegevoegd aan de 'De Grote Schaamluis Tentoonstelling'  -  een kleine vitrine van schaamluizen - in het museum in de Maasstad. Daarmee komt het totale aantal geschonken schaamluizen op 25 exemplaren. Net na zijn oproep kreeg Moeliker al een uniek preparaat uit 1949 binnen met daarin eveneens vijf schaamluizen. Ook kreeg het NMR een kleerluis (Pediculus humanus) in handen, afkomstig van een Rotterdamse dakloze. 

Bemoedigend

Het museum noemt het schamel lijkende aantal 'bemoedigend'. Volgens het NMR legde Moeliker contact met allerlei soorten artsen die 'stuk voor stuk verklaarden tegenwoordig in hun praktijk of polikliniek zelden of nooit schaamluizen tegen te komen'. Opmerkelijk omdat andere seksuele aandoeningen juist toenemen, aldus het museum. De Amersfoortse schaamluis van de artsen Mente Bousema, Johan Toonstra en Ivo Koedam vindt het NMR een aparte vermelding waard. Voordat zij hun schaamluis opstuurden naar Rotterdam, filmden zij het beestje en zetten het videootje op YouTube (zie onder).

Eye-opener

Op de schaamluiscollectie van Moeiliker zijn nog geen mensenmassa’s af gekomen, schrijft het museum. Toch heeft de exposite zijn nut, zo blijkt uit de woorden van het museum. "Er groeit momenteel een hele generatie op die nog nooit in contact is geweest met de schaamluis", zo zei de conservator onlangs tijdens een lezing in Londen. "Voor die jonge mensen is het een eye-opener. Hun ouders komen kijken om herinneringen op te halen."

Wie nog ergens schaamluizen in bezit heeft: het museum ontvangt ze graag. Conserveer ze in een potje met zeventig procent alcohol of bij gebrek daaraan in jonge jenever. Schrijf op een etiketje de vindplaats, vinddatum, naam van de gastheer of gastvrouw van de luizen en de naam van de vinder. Het NMR belooft de gegevens vertrouwelijk te behandelen. Anonieme schenkingen zijn ook welkom. Het museum roept mensen op de potjes af te geven bij de balie.

Kijk ook bij...

Laatst gewijzigd: 2011-05-09 10:46:50 · Gepubliceerd: 2008-03-20 15:50:36 - 7396