Trots van het Friese water

Fries Scheepvaartmuseum | Reportage door

Alles over scheepvaart is te zien in het Fries Scheepvaartmuseum

13 mei 2010 Cultuur Sneek, Friesland Ieder jaar is staat Sneek stampvol mensen, die voor de Sneekweek hun weg naar het Noorden weten te vinden. Dit grootste evenement van de Europese binnenwateren maakt Sneek tot het kloppende hart van de watersport. Het is dan ook geen wonder dat we hier het Het Fries Scheepvaartmuseum vinden. Tijd om terug te gaan in de geschiedenis van scheepvaart.

Kijk binnen in de salon van de Almeri.


Nog maar net binnen in het museum komen we al prachtige modellen van plezierboten tegen, tot in de fijnste details uitgewerkt. Het pronkstuk van de volgende zaal is de Almeri, of tenminste een gedeelte daarvan. We werpen een blik in het hart van het schip, de salon. Kosten noch moeite werden gespaard bij de bouw van dit prestigieuze zeilschip. Het was de laatste en grootste boeier gemaakt op de beroemde Jouster werf van Eeltsje Holtrop van der Zee en zijn zoon Auke van der Zee. In totaal kostte de bouw van de Almeri 68.000 gulden. 20.000 gulden werd besteed aan de betimmering en de inrichting en dat is te zien! Banken met kasten erboven getimmerd met fijn houtsnijwerk, een bronzen haard met een voorstelling van twee buffels en een houten slingertafel. Op deze tafel kon je gerust een kopje koffie zetten, want het tafelblad bleef door een tegengewicht altijd recht. Laat die golven maar komen!

Admiraliteit van Friesland

Toen Nederland nog de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden was, regelden vijf admiraliteiten alles met betrekking tot oorlog en zee. In het Fries Scheepvaartmuseum is er veel aandacht voor de Friese Admiraliteit, die in Harlingen gevestigd was.  Zo staan er modellen van indrukwekkende schepen uit die tijd. Daar zijn de schepen uit Pirates of the Caribbean niets bij! Het meest indrukwekkend is het Statenjacht uit 1736, waar hoogwaardigheidsbekleders mee voeren.  Het scheepsmodel in het museum lijkt iets van deze hoogwaardigheid uit te stralen, daar in het midden van de glazen vitrine. Verderop in de zaal staat zelfs een echt scheepskanon, wat in 1977 uit de Noordzee werd opgevist. Het kanon is afkomstig van één van de schepen van de Directie van Friesland, die het recht had om scheepvaartbelasting te vragen. Er zijn teveel verzamelde schatten om op te noemen, zo staat er een Kantonees bloemenschip, een prachtig fluitschip en nog veel meer. Gluur eens in de scheepskist van Cornelis Pietersz. Mooy. Zijn keurig gestreken kleding ligt netjes opgestapeld in de kist, waarin staat: "O heer gij zijt mijn ligt, op u wil ik vertrouwen. Het vaaren is mijn pligt, ik gaa de zee mee bouwen."

Het scheepskanon en het fluitschip Het scheepskanon en het fluitschip.

Boerenbootjes en palingvisserij

Omringd door werk van Friese scheepsschilders leidt een verweerde houten trap naar boven. Hier wachten de boerenbootjes, de palingvisserij en de scheepssier. Bovenaan de trap stuitten we op het stuurrad van de reddingsboot Insulinde. Schipper Klaas Toxopeus redde met dit schip vele mensen. Toen het Deense vrachtschip Kay in tweeën brak in het Friese gat, redde de Insulinde 19 mensen van de verdrinkingsdood. In de naastgelegen zaal zijn twee echte schepen te zien; de zeilschouw en een wyldsjitterke, dat gebruikt werd voor de jacht en visserij. De wanden hangen vol met versierde roeikliks, het achterste deel van een roer. Druiven en bloemen fleuren de onderdelen en de zaal op. Ook is hier van alles te zien wat met palingvisserij te maken heeft, zoals peilloden en een echte bruidegomspijp, versierd met bloemen.

De Zilverzaal Blinkend zilver in de Zilverzaal.

Scheepvaart: een mannending?

Het museum is tot de zomer druk met een verbouwing, dus de Skutsjezaal en de IJszaal zijn gesloten. Maar er blijft genoeg te zien! Meindert Seffinga, directeur van het Fries Scheepvaartmuseum vertelt iets over de bezoekers van het museum: “Scheepvaart is toch wel echt iets voor mannen. Soms lopen ze met hun vrouw in het centrum en komen dan hier even binnenkijken. Boven zijn de stijlkamers, dat vinden vrouwen vaak leuker. Met wat meer textiel en dat soort dingen.” In de Zilverzaal verblindt het Sneeker zilver de bezoeker bijna. Heel speciaal is de Avondmaalsbeker en broodschotel uit de Hervormde Kerk van Oosterwierum. Boven in het museum zijn kamers ingericht met verschillende thema's, die iets te maken hebben met de geschiedenis van Sneek. Om even over de krakende vloeren van de kamers te lopen is zeker de moeite waard.

Kinderen mogen in het museum een schatkistje meenemen met opdrachten. Ook zijn er regelmatig andere activiteiten voor de jonge bezoekers. Een bezoek aan het  museum is dus voor iedereen een leerzame ervaring!

Sneekweek

3 april 2010 tot 6 november 2010

Het begon allemaal met Jacob Sjoukes Visser. Wie? Deze inwoner van Sneek diende in het leger van Napoleon en men dacht dat hij gesneuveld was in Duitsland. Maar niets was minder waar. Jacob keerde terug naar Sneek en het was tijd voor een feestje. Dit werd de Hardzeildag op 23 augustus 1845. De eerste prijs was 'eene zeer net bewerkte zilveren zaktabaksdoos'. De zeilpartij groeide uit tot een jaarlijks evenement. In de tentoonstellingshal van het Fries Scheepvaartmuseum zijn oude foto's te zien van de Hardzeildag.

Dat de Sneekweek leeft onder de inwoners van de stad wordt in het museum wel duidelijk. Stilstaand bij het Sneekweeklied uit 1937 is de trots bijna te voelen.

Fragment:

'Elk jaar in augustus is in Sneek
De mooie groote Zeilersweek
Beroemd door heel ons Nederland,
Daaraan heb ik mijn hart verpand.'

Sneekweek.

75ste Sneekweek

Prachtige foto's van vervlogen dagen, met trotse zeilers vechtend door het opspattende water trekken ons mee naar het evenement. De Sneekweek begon met wedstrijden van de Sneker zeilclub, die de eerste drie dagen vulden. De volgende twee dagen waren voor de Koninklijke Sneker Zeilvereniging. Samen werd dit de Sneekweek. Neergezonken op oude stoeltjes van de KZBS kijken we naar de modellen van alle schepen die aan de Sneekweek deelnamen. Verschillende klassen van de kleine optimist tot de grote Boeier Constanter pronken achter glas. In dezelfde zaal zijn films te zien van de Sneekweek in 1940, 1948, 1955, 1965 en 1985. Korrelige beelden van enthousiaste toeschouwers en schippers in vol ornaat slepen je even mee naar het verleden, waar brutale jongens met vetkuiven in de camera grijnzen.

Een dagje naar Sneek? Lees dan ook deze artikelen:
Laatst gewijzigd: 2011-05-09 10:46:50 · Gepubliceerd: 2010-05-12 12:32:56 - 814